(Fiscaal) uit eten gaan,is dit nog wel koosjer?

Het is geweten dat elke Belg graag uit eten gaat. De meeste mensen betalen deze uitgaven zelf behalve als zij worden uitgenodigd door hun schoonmoeder. Anderen hebben de mogelijkheid, wanneer deze kosten in het kader van hun beroep gemaakt worden, deze fiscaal in mindering te brengen van hun belastbaar inkomen als beroepsuitgaven.

Restaurantkosten zijn slechts aftrekbaar als een beroepskost ten belope van 69% wat dus betekent dat 31% van de uitgaven niet fiscaal aftrekbaar is. Bijgevolg wanneer men het restaurant verlaat zou men het btw-bonnetje dat in principe automatisch moet verschaft worden, ook effectief opvragen. Dit kan dan dienen als bewijs van de gemaakte uitgaven. Het is wel zo dat op deze btw-bonnetjes niet de naam staat van de zakenrelatie waarmee u bent gaan eten. Sommigen hebben bijgevolg het idee om hier en daar wat btw-bonnetjes van vrienden en familie te verzamelen en op die manier deze kosten als beroepsuitgaven af te trekken. Toch is de btw-bon is geen vanzelfsprekend bewijs. Het is aan de belastingplichtigen om te bewijzen dat de uitgaven die men gedaan heeft voor restaurant effectief ook dienen beschouwd worden als beroepskosten. Bijgevolg is het belangrijk dit zo goed mogelijk aan te tonen.

De etentjes die u betaalt het met uw kredietkaart of uw bankkaart verschaffen een beter bewijs van effectief gedane beroepskosten. De belastingcontroleur kan bijgevolg niet zeggen dat het hier zou gaan om gevonden bonnetjes! Beter is nog een factuur te laten opmaken van de gedane restaurantkosten en deze effectief te betalen met een overschrijving. Het effectieve bewijs van het beroeps karakter van de restaurantkosten kan ook beter aangetoond worden door een vermelding van de persoon met wie men gaan eten is op de keerzijde van de btw-bon zodat men bij een latere controle gemakkelijker kan staven waarom men de uitgaven gedaan heeft. Nu de btwbon is op zichzelf niet volledig zaligmakend.

Een vennootschap had de kosten voor restaurant aangegeven zonder dat zij beschikte over de btw-bons. De fiscus had zonder verdere argumentatie deze kosten gewoon verworpen maar de belastingplichtige ging hier niet mee akkoord en deze zaak kwam voor de rechtbank van Leuven(Rb Leuven 10 mei 2013). Deze oordeelde dat de fiscus deze kosten niet zomaar kan verwerpen omwille van het feit dat er geen btwbons worden voorgelegd. Het is aan de fiscus, wanneer ze het beroepskarakter van restaurantkosten betwist haar taak om aan de vennootschap te vragen het bewijs te leveren dat deze kosten effectief een beroepsmatig karakter hebben. Wanneer de vennootschap dit bewijs niet kan leveren kan de aftrek effectief worden verworpen door de fiscus. Bijgevolg was het dus zeker geen punt van de fiscus de kosten van restaurant enkel en alleen maar te verwerpen omdat de vennootschap geen btwbons had voorgelegd. Wanneer men dus het beroepskarakter van het restaurantbezoek aangetoond heeft met of zonder btwbon,dient de fiscus deze uitgaven te aanvaarden in zover ze niet op een onredelijke wijze de beroepsbehoeften overtreffen (artikel 53,10° wib).Alles moet dus een beetje in verhouding staan.

Geruchten doen nu ook de ronde dat overdreven restaurantkosten in een vennootschap, omdat er misschien bepaalde privé diners tussen kunnen zitten, zouden belast worden aan een aanslag van 309%. Op dat vlak is de fiscus echter duidelijk geweest door te bepalen dat deze bijzondere aanslag niet van toepassing is(addendum van 28 november 2013 bij de circulaire van 22 juli 2013). Vanzelfsprekend kan de fiscus nog steeds, wanneer ze kan aantonen dat bepaalde restaurantkosten in de vennootschap een privaat karakter hadden deze wel verwerpen als uitgaven.

23 augustus 2016